MONTAGE

De levensduur van een draadogenband is mede afhankelijk van de juiste montage, bandgeleiding en ondersteuning. Het uitlijnen van de aandrijf- en keerwals is hierbij van het grootste belang. Deze moeten zuiver horizontaal en haaks op de looprichting van de band liggen. De positie van de walsen ten opzichte van elkaar, moet volkomen parallel zijn.

Nadat de aandrijf- en keerwals d.m.v. de spaninrichting zo dicht mogelijk bij elkaar gebracht zijn, wordt een trekkabel aangebracht, te beginnen aan de kant van de keerwals, vandaar terug over de ondersteuningen van het dragende part naar de aandrijfas, waarna de kabel enkele slagen om de aandrijfas wordt gewikkeld.

Vervolgens wordt de opgerolde band precies midden voor de keeras gelegd. Het uiteinde van de band wordt door middel van binddraden op meerdere plaatsen aan een platstaal bevestigd. Aan dit platstaal wordt een aantal haken bevestigd waaraan de trekkabel wordt vastgemaakt.

Het bovenste deel van de band kan nu worden ingetrokken met behulp van het motorvermogen van de aandrijfwals. Lichtere banden kunnen eventueel met mankracht ingetrokken worden, wat soms sneller gaat.
Wanneer het begin van de band bij de aandrijfas is aangekomen, wordt de band in de vertanding van de wielen of de wals gelegd waarbij zorgvuldig gecontroleerd wordt of de vertanding van de afzonderlijke wielen in één rechte lijn staat. Met het motorvermogen van de aandrijfwals wordt de band vervolgens in het kerende deel geduwd. Hierbij wordt eventuele dakvorming van de band d.m.v. de trekkabel voortdurend opgeheven.

De beide banduiteinden worden naar elkaar toe getrokken en één van uiteinden wordt op maat ingekort door er een dwarspen uit te trekken, zodat één of meerdere bandsteken verwijderd kunnen worden. Hierbij is het belangrijk dat een bandsteek met buitenliggende slijtplaatjes verbonden wordt met een steek die binnenliggende plaatjes heeft. Daarom heeft een draadogenband net als een ketting altijd een even aantal steken.

Transportband montage

Vervolgens wordt de band eindloos gemaakt.

De meegeleverde dwarspen, die aan één kant reeds van een laskop is voorzien, kan nu door de gemeenschappelijke openingen van slijtplaatjes en draadogen gestoken worden. De andere kant van de verbindingsstaaf wordt afgelast met een lasring. Bij het eindloos maken van een TWENTEBELT draadogenband met nylon slijtblokjes, wordt de verbindingsstaaf geborgd d.m.v. de meegeleverde stiftjes.

De band wordt tenslotte zo afgesteld dat de juiste spanning en een rechte bandloop zijn gegarandeerd.

Een rechte bandloop wordt uitsluitend verkregen door een juiste afstelling van de aandrijf- of keeras. De groeven in de aandrijfwielen of walsen hebben voor de besturing van de band absoluut geen functie. Ook is het onjuist de bandloop te beïnvloeden door de zijgeleiding. Bij het aanlopen tegen de zijgeleiding moeten de assen opnieuw afgesteld worden.

Zodra de band is afgesteld moet hij gedurende een ruime periode voortdurend worden gecontroleerd op een juiste bandloop.

Eindeloos maken transportband